Behandeling van overgangsklachten

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Onderzoek door de gynaecoloog
Meerdere behandelingen mogelijk
Leefregels

Onze kwaliteit

  • Korte lijnen met uw huisarts
  • Proefbehandeling met hormonen mogelijk

Wachttijd

Voorbereiding

In overleg met uw huisarts heeft u een afspraak gemaakt op de polikliniek Gynaecologie, voor de behandeling van uw overgangsklachten. Overgangsklachten kunnen 5 tot 10 jaar of soms zelfs langer bestaan: globaal beginnen ze 5 jaar voor de laatste menstruatie en gaan door tot 2 à 3 jaar erna. De gemiddelde tijd tussen het onregelmatig worden van de menstruaties en de menopauze is 4 jaar. De duur van de overgang is voor elke vrouw verschillend, evenals de klachten bij de overgang.

Bij uw bezoek aan de polikliniek vraagt de gynaecoloog naar uw klachten, wanneer ze optreden, en wat de gevolgen ervan zijn voor uw dagelijks leven. Op basis daarvan krijgt u een behandelvoorstel.

Als uw menstruaties tijdens de overgang erg hevig zijn, kan extra onderzoek nodig zijn om te achterhalen of er een andere oorzaak is voor het hevige bloedverlies.

Verschijnselen

De overgang begint vaak met een verandering in uw menstruatiepatroon. Daarnaast vermindert bij de overgang de hoeveelheid oestrogenen (hormonen) in het bloed.

Hierdoor ontstaan klachten die direct samenhangen met de overgang, zoals: plotselinge warmteaanvallen (opvliegers), een droge huid en rimpels, droge slijmvliezen (onder andere in de ogen, de mond, de bekledende laag van de schede), jeuk en een branderig gevoel in de schede (vagina) en aan de schaamlippen of bij het plassen. De schede en de blaas worden gevoeliger voor infecties (blaasontstekingen).

Door deze factoren kan de behoefte aan seks afnemen en gemeenschap kan soms pijnlijk zijn. Op de langere termijn kan afname van oestrogenen leiden tot botontkalking of hart- en vaatziekten.

Daarnaast zijn er overgangsklachten die niet direct samenhangen met de veranderingen van de hormonen. Bijvoorbeeld: hartkloppingen, gewichtstoename, gewrichtsklachten, hoofdpijn, stemmingswisselingen, slecht slapen. Slapeloosheid kan leiden tot psychische klachten zoals neerslachtigheid, prikkelbaarheid, stemmingswisselingen, angst, concentratie- en geheugenverlies.

Behandeling

Onregelmatige menstruaties, opvliegers en transpiratieaanvallen zijn verschijnselen die van nature bij de overgang horen en vanzelf overgaan. Wanneer u er echter veel hinder van ondervindt, kan een hormoonbehandeling (met oestrogenen en progesteron) verlichting van uw klachten geven.
De gynaecoloog kan een behandeling voorschrijven met tabletten, pleisters, neusspray, vaginale zetpillen of tabletten gel, implantatietabletten onder de huid, crème of een ring. Soms wordt voorafgaand aan hormoonbehandeling een röntgenfoto van de borsten gemaakt. Als u alleen opvliegers heeft, kunt u homeopatische middelen of tabletten zonder hormonen (clonidine) nemen.

Vaginale klachten (droogheid of afscheiding), pijn bij het vrijen, of urinewegklachten door frequente blaasontstekingen zijn meestal te verhelpen met vaginale zetpillen, crème, tabletten of een ring. Deze behandelingen kunnen jaren nodig zijn.

Bij niet-typische overgangsklachten kan een proefbehandeling met hormonen van 3 maanden overwogen worden. Eventueel langer, maar alleen als de behandeling werkelijk effect heeft. Of u hormonen wenst te gebruiken of niet, is een afweging die u zelf maakt. Het belangrijkste argument hierbij is de hoeveelheid hinder die u van de overgang ondervindt. Daarnaast kunnen er medisch gezien eventueel bezwaren zijn om hormonen te gebruiken. Bespreek met uw arts de voor- en nadelen van hormoonbehandeling in uw specifieke situatie.

Resultaat

Opvliegers verminderen meestal binnen enkele dagen na het begin van de behandeling; klachten van de urinewegen en de schede verbeteren meestal binnen een paar weken. Soms zijn de klachten pas na een paar maanden helemaal weg. Wanneer u medicijnen tegen opvliegers krijgt, kunt u na 1 jaar eens een maand stoppen en bekijken of behandeling nog nodig is. Homeopathische middelen tegen overgangsklachten of middelen op plantaardige basis (soja, rode klaver) geven soms voldoende verbetering van uw klachten.

Zolang u de pil gebruikt, blijven de periodieke bloedingen bestaan. Als na het stoppen met de pil de bloedingen wegblijven, zou u in de overgang kunnen zijn. Zolang dat onzeker is, is het verstandig bij seksuele gemeenschap voorbehoedsmiddelen te gebruiken tot de menstruatie langer dan een jaar is weggebleven. De kans op een zwangerschap bij een vrouw van 50 jaar is klein, maar niet uitgesloten.

Medicijnen die speciaal voor de overgang zijn gemaakt, bevatten een kleinere hoeveelheid hormonen dan de gewone pil. Het zijn echter geen voorbehoedsmiddelen.

Leefregels

U kunt zelf ook een aantal maatregelen nemen om overgangsklachten te beperken.

  • Eet gezond en probeer op uw gewicht te letten. Na de overgang komt u gemakkelijker aan.
  • Gebruik 4 porties melkproducten per dag om de noodzakelijke hoeveelheid kalk binnen te krijgen.
  • Zorg voor voldoende vitamine D (zit onder andere in zonlicht, margarine, boter, vis en eieren).
  • Zorg voor voldoende lichaamsbeweging; het voorkomt stijfheid van gewrichten en spierpijn, en versterkt de botten.
  • Houd er rekening mee dat alcohol, koffie, thee en gekruid eten opvliegers kunnen uitlokken.
  • Draag zoveel mogelijk kleding ‘in lagen’, zodat u bij opvliegers even een kledingstuk kunt uitdoen.
  • Neem niet te veel hooi op uw vork. Probeer voldoende slaap te krijgen. U kunt de veranderingen van de overgangsfase beter opvangen als u uitgerust bent.
  • Praat over eventuele problemen met uw partner, een vriendin, uw huisarts of een overgangsconsulente (ICG).
  • Bij problemen met plassen kunt u uw bekkenbodemspieren oefenen, eventueel met behulp van een bekkenfysiotherapeut.
  • Stop met roken, omdat de kans op hart- en vaatziekten na de overgang groter wordt.

Nazorg

De overgang is een natuurlijk proces waarbij de klachten uiteindelijk ook zonder medicijnen zullen verdwijnen. Praten met vrouwen in dezelfde situatie geeft vaak herkenning, waardoor u sommige klachten beter kunt begrijpen. Wanneer u langer dan 5 jaar een hormoonbehandeling krijgt, is het nodig om elke 2 jaar een röntgenfoto van de borsten te maken.

Overigens wordt borstonderzoek bij alle vrouwen tussen de 50 en 70 jaar via het bevolkingsonderzoek verricht. De bijwerkingen van oestrogenen kunnen verschillend zijn. Sommige vrouwen houden vocht vast of hebben gespannen of pijnlijke borsten; deze verschijnselen zijn meestal afhankelijk van de dosis. Zolang bij de hormoontherapie oestrogenen gecombineerd worden met progesteron, bestaat er geen verhoogd risico op baarmoederslijmvlieskanker.

Bij de toediening van enkel oestrogenen wel. Als u kortdurend hormonen gebruikt, wordt het risico op borstkanker niet verhoogd. Bij langdurig gebruik is dit nog niet met zekerheid te zeggen. Treedt na de menopauze onregelmatig bloedverlies op, dan moet u dat altijd met uw arts bespreken.