Behandeling van eierstokkanker

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Meerdere onderzoeken nodig
Behandeling: operatie
In combinatie met bestraling
Regelmatig op controle

Onze kwaliteit

  • Multidisciplinair overleg
  • Operatie meestal in Martini Ziekenhuis (mogelijk met gynaecoloog-oncoloog uit UMCG)
  • Nabehandeling in Martini Ziekenhuis

Wachttijd

Voorbereiding

In overleg met uw behandelend arts heeft u een afspraak gemaakt op de polikliniek Gynaecologie vanwege een verdenking op eierstokkanker. Deze vorm van kanker geeft vaak pas laat klachten. Meestal zijn er zelfs helemaal geen klachten, zeker niet in een vroeg stadium. Als de eierstok groter wordt, of als er vocht in de buikholte ontstaat, kunt u het gevoel hebben dat uw buik steeds dikker wordt, of dat er iets in uw buik zit. Of u krijgt vage maag- of darmklachten. Een enkele keer kan de eierstok om zijn eigen as draaien en zo acute pijn veroorzaken. Soms is er onregelmatig bloedverlies.

De gynaecoloog vraagt naar uw klachten en doet een algemeen lichamelijk onderzoek. Daarna volgt uitwendig onderzoek van uw buik en een gynaecologisch onderzoek via uw schede (vagina). Hierbij wordt een spreider (speculum) gebruikt om de schede open te houden. De arts inspecteert zo de baarmoedermond en neemt een uitstrijkje af. Meestal verricht de gynaecoloog ook een echo van de buik, ofwel uitwendig via de buikhuid, of inwendig via de schede, of via beide technieken. Met dit echografisch onderzoek kunnen de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken zichtbaar gemaakt worden op een beeldscherm.

Meestal wordt ook bloed afgenomen voor bloedonderzoek om inzicht te krijgen in uw algemene gezondheid en tumormerkstoffen op te sporen.

Extra onderzoek

Wanneer de eerste onderzoeken wijzen op de aanwezigheid van eierstokkanker zal de gynaecoloog vervolgonderzoeken voorstellen om de omvang van het kankerproces vast te stellen. De kanker kan in 1 eierstok zitten, maar ook in beide. Kankercellen van de eierstokken kunnen namelijk losraken, waarna ze met het buikvocht worden meegenomen. Zo kunnen uitzaaiingen ontstaan in de lymfeklieren, de buikholte, bij het middenrif en eventueel in de longen. Door de uitzaaiingen kan het buikvlies extra vocht aanmaken, dat zich in de buik ophoopt.

Met geavanceerd röntgenonderzoek kunnen beelden en opnames van doorsneden van het lichaam gemaakt worden. Bij eierstokkanker wordt meestal een CT-scan van de buik gemaakt. Hierbij ligt u op een onderzoekstafel die in een soort tunnel schuift, waarna foto’s worden gemaakt. Het onderzoek vindt plaats op de afdeling Radiologie.

Eventueel wordt op de afdeling Radiologie een röntgenfoto van de borstkas gemaakt om de longen te beoordelen en na te gaan of er in de borstkas uitzaaiingen zijn. Het kan zijn dat bij u veel vocht in de buik aanwezig is, waardoor niet duidelijk is of sprake is van eierstokkanker. Dan verwijdert de gynaecoloog met een holle naald wat vocht uit uw buik (punctie) voor nader onderzoek in het laboratorium.

Behandeling

De behandeling van eierstokkanker bestaat meestal uit een operatie, gevolgd door 6 kuren chemotherapie. Tijdens de operatie haalt de gynaecoloog zoveel mogelijk kankerweefsel weg. Zo mogelijk worden de baarmoeder, de eierstokken en het vetschort in de buik verwijderd en stukjes van de bekleding van de buikwand. In sommige gevallen verwijdert de gynaecoloog ook de lymfeklieren.

Soms blijkt tijdens de operatie dat het kankerproces vergevorderd is. Dan beëindigt de gynaecoloog de operatie en volgt daarna eerst behandeling met 3 kuren chemotherapie. Na die 3 kuren is een operatie in tweede instantie vaak wel mogelijk, omdat het tumorproces dan geslonken is. Na herstel van de operatie krijgt u de laatste drie chemokuren.

Nevenwerkingen

De operatie en de chemotherapie zijn uitgebreide en ingrijpende behandelingen. Daarbij komen vaak moeheid en maag- of darmklachten voor. Veel klachten zijn afhankelijk van de uitgebreidheid van de operatie.

  • Na de operatie kunnen algemene complicaties optreden: kans op ruim bloedverlies tijdens de operatie, een infectie, verstoorde wondgenezing, of trombose. Door het verwijderen van de baarmoeder kunnen plasproblemen ontstaan, zoals ongewenst urineverlies. Dit herstelt zich na verloop van tijd. Ook de seksuele beleving kan na de operatie veranderd zijn. Door het verwijderen van de baarmoeder en eierstokken treden geen menstruaties meer op en geen zwangerschap. Als u nog niet in de overgang was, kan een vervroegde overgang ontstaan.
  • Chemotherapie veroorzaakt vaak tijdelijke kaalheid en onderdrukking van het beenmerg, waardoor u bloedarmoede en (tijdelijk) verminderde weerstand tegen infecties kunt hebben. Verder kunnen de zenuwen in uw vingers of voeten aangetast worden en prikkelingen of pijn veroorzaken in de vingers of voeten. Deze prikkelingen kunnen verdwijnen als de chemotherapie gestopt is, maar soms blijven ze aanwezig. Bespreek uw klachten met de gynaecoloog.

Nazorg

Na de operatie en de chemotherapie zult zich u nog lange tijd vermoeid voelen. Uw lichamelijke en geestelijke herstel vraagt veel tijd. Het verlies van baarmoeder en eierstokken kan maken dat u zich anders voelt en vooral bij ongewenste kinderloosheid voor veel verdriet zorgen. Als u voor de operatie niet in de overgang was en niet ouder bent dan 43 jaar, zal de gynaecoloog met u de verhoogde kans op botontkalking bespreken.

Na de behandeling blijft u nog lang onder controle, afwisselend bij de gynaecoloog en de internist-oncoloog. In eerste instantie elke 3 of 4 maanden, daarna elke 6 maanden en tenslotte jaarlijks.

Beloop

Alleen bij een behandeling in een vroeg stadium van eierstokkanker bestaat een goede kans op genezing. In een verder gevorderd stadium is de levensverwachting beduidend minder gunstig. Gemiddeld is na 5 jaar, na behandeling van eierstokkanker in een verder gevorderd stadium, nog ongeveer 35% van de vrouwen in leven. Vrouwen bij wie alle zichtbare uitzaaiingen verwijderd konden worden, hebben wel een gunstiger toekomstverwachting: na 5 jaar is 60 tot 70% van hen nog in leven. Wanneer geen genezing is ontstaan, wordt eierstokkanker een soort chronische ziekte. Bespreek uw klachten met uw arts om zo lang mogelijk een goed leven te hebben.