Zwangerschapscontrole en bevalling

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Controles op de polikliniek
Medische indicatie
Begeleiding van bevalling door arts

Onze kwaliteit

  • Bespreking geboorteplan
  • Ruggenprik bij bevalling 24/7 mogelijk
  • Partner kan blijven overnachten
  • Vraaggerichte zorg

Wachttijd

Algemeen

U bent door uw huisarts of verloskundige doorwezen naar de gynaecoloog voor de controle van uw zwangerschap. U gaat hiervoor naar de polikliniek Verloskunde/Gynaecologie. Op de polikliniek voeren ook arts-assistenten en klinisch verloskundigen de zwangerschapscontroles uit, maar altijd onder de eindverantwoordelijkheid van een gynaecoloog.

U kunt verwezen zijn vanaf het begin van de zwangerschap, of vanwege problemen tijdens de zwangerschap, zoals een bijvoorbeeld hoge bloeddruk, twijfels over de groei van het kind of minder leven voelen. Het kan zijn dat u na 1 of meerdere controles gedurende de rest van uw zwangerschap weer onder toezicht komt van uw huisarts of verloskundige. Het kan ook zijn dat u bij de gynaecoloog onder controle blijft. In dit geval zult u ook in het ziekenhuis bevallen.

Controles

Bij een zwangerschapscontrole zal de gynaecoloog, arts-assistent of verloskundige bepaalde onderzoeken verrichten. Meestal wordt in het begin van de zwangerschap een echo gemaakt om de duur van uw zwangerschap vast te stellen. Daarna maken we alleen nog een echo als daar een (medische) reden voor is, of als u besloten heeft de combinatietest te laten doen. Met de combinatietest wordt de foetus onderzocht op het syndroom van Down. Wij maken geen video-opnames van een echo. Het meten van uw gewicht en urineonderzoek gebeurt alleen als daar aanleiding voor is.

Als u onder controle bent op de polikliniek Verloskunde/Gynaecologie kunt u bij lichamelijke klachten of vragen die verband houden met de zwangerschap, rechtstreeks naar het ziekenhuis bellen. Er is altijd iemand bereikbaar voor telefonisch overleg. Zo nodig krijgt u een vervroegde afspraak of u kunt direct naar het ziekenhuis komen, ofwel naar de polikliniek of naar de verloskamers.

Opname

Soms is tijdens de zwangerschap een ziekenhuisopname nodig, bijvoorbeeld als u een te hoge bloeddruk heeft, voortijdige weeënactiviteit of voortijdig gebroken vliezen. U wordt dan opgenomen op de verpleegafdeling Verloskunde. Tijdens uw verblijf op de afdeling maakt de zaalarts met u afspraken over de behandeling. Dat gebeurt in nauw overleg met de superviserend gynaecoloog. U kunt via de verpleegkundige altijd een extra gesprek aanvragen met de zaalarts of gynaecoloog.

Bevalling

Zorg ervoor dat u een paar weken voor de uitgerekende datum al een tas klaar heeft staan met de spullen die u na de bevalling in het ziekenhuis nodig heeft. Er zijn geen nauwkeurige richtlijnen te geven voor het begin van de bevalling, omdat dit bij iedereen anders kan verlopen. Meestal begint de bevalling met weeën.

Als uw buik tenminste een uur lang om de 5 tot 10 minuten hard wordt, waarbij de pijnlijkheid toeneemt, kunt u naar het ziekenhuis bellen om te overleggen. Soms begint de bevalling met het breken van de vliezen. Dan kunt u ook meteen bellen. Als uw baby aan het eind van de zwangerschap nog niet is ingedaald, gaat u eveneens direct naar het ziekenhuis.

Wanneer u voor de bevalling naar het ziekenhuis komt, meldt de verpleegafdeling uw komst bij de receptie van het ziekenhuis. Bij aankomst kunt u met uw begeleider direct naar de verloskamers gaan. U kunt gebruikmaken van een rolstoel.

De klinisch verloskundige of arts-assistent begeleidt uw bevalling. Zo nodig wordt de gynaecoloog gevraagd mee te beoordelen. U wordt tijdens de bevalling als het kan door dezelfde verpleegkundige verzorgd. Naast uw partner kan een familielid of vriendin aanwezig zijn bij de bevalling.

Pijnbestrijding

Een bevalling is pijnlijk. Hoe u deze pijn ervaart, is heel persoonlijk. Mocht u de pijn niet goed kunnen opvangen, dan kunt u in overleg met de verloskundige of de arts kiezen voor pijnstilling. Een pijnstillende injectie (Pethidine) in been of bil kan rust en ontspanning geven tussen de weeën door. Voordat u deze injectie krijgt, wordt de conditie van uw baby gecontroleerd.

Een andere vorm van pijnstilling is de ruggenprik (epidurale anesthesie). Hiermee worden de zenuwen die de pijn veroorzaken tijdelijk uitgeschakeld. Een ruggenprik is op elk moment mogelijk (7 dagen per week, 24 uur per dag). De anesthesioloog geeft u de ruggenprik op de operatieafdeling. U krijgt tevens een infuus (een naald met daaraan een slangetje) voor de toediening van vocht en de pijnstillende medicijnen en een blaaskatheter voor de afvoer van urine. Daarna gaat u terug naar de verloskamer.

Na de ruggenprik worden de harttonen van uw ongeboren baby continu geregistreerd met een hartfilm (CTG). Wanneer u volledige ontsluiting heeft, wordt de verdoving, mede afhankelijk van wat u haalbaar vindt, op hetzelfde niveau gelaten, lager gezet of stopgezet. Bij stopzetting voelt u de weeën weer en dat kan soms helpen bij het persen. Door de ruggenprik heeft u tijdelijk geen gevoel meer in uw benen. Daardoor kunt u direct na de bevalling nog niet goed uit bed komen.

Na de bevalling

U gaat na de bevalling naar de verpleegafdeling Verloskunde. Deze afdeling biedt vraaggerichte zorg. Dat wil zeggen dat u als ouders samen met de verpleegkundige bepaalt welke zorg u en uw baby nodig hebben en welke verzorging u en uw partner zelf willen doen. De klinisch verloskundige of arts heeft de medische verantwoordelijkheid. De verpleegkundige is verantwoordelijk voor de verzorging van u en de baby, en begeleidt u bij het geven van de voeding (borstvoeding of flesvoeding). De baby ligt, als u een keizersnede heeft ondergaan, meestal in een wiegje vastgeklikt aan uw bed (zogenaamde clib-on Crib), in andere gevallen staat het verrijdbare wiegje op uw kamer direct naast uw bed.
Uw partner is de hele dag welkom en kan overnachten op uw kamer. Bezoek is ook de hele dag van harte welkom. U bent zelf verantwoordelijk voor de planning hiervan. Binnen 3 werkdagen moet u en/of uw partner bij de gemeente Groningen aangifte doen van de geboorte van uw baby. Dit kan in de ochtenduren ook in het ziekenhuis.

Als de bevalling normaal verlopen is en er zijn verder geen bijzonderheden, kunt u na enkele uren naar huis. Als de zwangerschap of de bevalling gecompliceerd was, of uw baby moet ter observatie op de afdeling blijven, kan het nodig zijn dat u langer opgenomen blijft. Na ontslag komt u onder controle van uw huisarts. Het kan ook zijn dat u na 6 weken een controleafspraak krijgt bij de gynaecoloog.