Depressie bij ouderen

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Een depressie is sombere stemming die weken of maanden aanhoudt.

Onze kwaliteit

  • Keurmerk Seniorvriendelijk Ziekenhuis

Wachttijd

Depressie

Iedereen voelt zich wel eens depressief of somber. Toch is dat niet hetzelfde als een depressie hebben. Bij een depressie spreken we van een matte, sombere stemming die weken of maanden aanhoudt. U kunt niet meer genieten van dagelijkse dingen. Bijna alle belangstelling voor mensen en voor de eigen omgeving is verloren gegaan. Soms is er geen of nauwelijks besef van wat er aan de hand is.

Verschijnselen

Er is sprake van een depressie als iemand zich minstens twee weken achter elkaar erg somber voelt.

Een depressie bij ouderen komt veel voor, maar wordt vaak moeilijk herkend. Dat komt omdat de klachten vaak aan de leeftijd worden toegeschreven.

Ouder worden gaat vaak gepaard met vergeetachtigheid, weinig energie en lichamelijke ongemakken. Toch is het niet vanzelfsprekend dat ouderen somber en lusteloos zijn of veel lichamelijke klachten hebben. Deze verschijnselen kunnen ook wijzen op een depressie.

Algemene verschijnselen van depressie zijn:

  • Somberheid, lusteloosheid en prikkelbaarheid,
  • Interesseverlies,
  • Verminderde eetlust, gewichtsverandering,
  • Concentratieproblemen, geheugenproblemen,
  • Energieverlies, allesoverheersende vermoeidheid,
  • Slapeloosheid, maar soms ook moeilijk uit bed kunnen komen,
  • Besluiteloosheid, piekeren,
  • De wens om dood te gaan,
  • Schuldgevoelens of gevoelens van waardeloosheid,
  • Traagheid in praten, denken en bewegen (of juist lichamelijke onrust).

Oorzaken

Een depressie hoeft geen duidelijke oorzaak te hebben; vaak is de oorzaak een combinatie van psychische, lichamelijke en sociale factoren.

Oorzaken van depressie bij ouderen zijn onder andere:

  • Erfelijke factoren,
  • Lichamelijke ziekte of invaliditeit, beperkingen in mobiliteit en/of minder goed kunnen zien of horen,
  • Persoonlijkheidsfactoren en hoe iemand gedurende zijn leven met problemen is omgegaan kunnen een rol spelen,
  • Het verliezen van uw partner of andere mensen om u heen,
  • Eenzaamheid,
  • Geheugenstoornissen,
  • Verandering van de woonomgeving zoals verhuizen naar verzorgings- of verpleeghuis.

Een depressie kan bij ouderen een grote invloed hebben op het zelfstandig functioneren, op het lichamelijk en geestelijk welbevinden en op de kwaliteit van leven.

Behandeling

Een behandeling van een depressie bestaat vaak uit een combinatie van de onderstaande mogelijkheden:

  • Uitleg en informatie geven over het ziektebeeld depressie. Hierdoor kan men zich in het ziektebeeld herkennen. Ook geven we handvatten/ adviezen voor het dagelijks leven, die de depressie op een positieve wijze kunnen beïnvloeden.
  • Fysieke inspanning, bewegen.
  • Begeleiding/ therapie, van een deskundige hulpverlener.
  • Medicatie (antidepressiva), vaak enkele maanden en onder begeleiding van (huis)arts.

Advies

Advies voor wanneer u depressief bent:

  • Zijn er redenen voor uw matte of sombere gevoel? Praat met uw omgeving over uw gevoelens.
  • Zorg voor regelmaat; sta op tijd op, eet drie keer per dag en ga op tijd slapen.
  • Isoleer u niet, probeer mensen op te zoeken, ook als u er eigenlijk geen zin in heeft.
  • Probeer elke dag naar buiten te gaan, wandelen of fietsen kan uw stemming verbeteren en u gezond moe maken.
  • Bent u minder mobiel of zit u in een rolstoel, vraag iemand om met u te wandelen. Een fysiotherapeut kan met u bespreken of uw mobiliteit te verbeteren is en met u oefenen.
  • Doe elke dag iets wat u leuk vindt.
  • Zoek naar terugkerende dagbestedingen, bijvoorbeeld iets wat aansluit bij uw (vroegere) interesses.
  • Vraag uw bezoek samen met u een activiteit te ondernemen (spelletje, wandeling, tv programma bekijken, fotoalbum inzien) zodat u wat extra afleiding heeft en andere gespreksonderwerpen heeft.
  • Leg u elke dag een paar taken op maar doe niet meer dan u aankunt.
  • Probeer goed voor uzelf te blijven zorgen, kleedt u bijvoorbeeld met zorg.

Eventueel kan uw huisarts u verwijzen naar een instelling voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ), gespecialiseerde praktijkondersteuner, maatschappelijk werk of een vrijgevestigd psycholoog, psychotherapeut of psychiater. Uw huisarts is op de hoogte van deze mogelijkheden bij u in de omgeving, waarbij de hulpverlener mogelijk ook bij u thuis kan komen.