Verwijderen van de borst

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Specifieke voorbereiding
Operatie onder algehele narcose
Opnameduur: circa 3 dagen
Zo nodig aanvullend behandelen

Onze kwaliteit

  • Gespecialiseerd team mammachirurgen
  • Vast verpleegkundig aanspreekpunt
  • Mogelijkheid directe borstreconstructie
  • Psychosociale ondersteuning, ook voor partners

Wachttijd

Voorbereiding

In overleg met de specialist heeft u besloten uw borst te laten verwijderen. Meestal is een kwaadaardige tumor de reden voor deze ingreep. We spreken dan over borstkanker. Het kan ook zijn dat de operatie wordt uitgevoerd in verband met een voorstadium van borstkanker of uit preventief oogpunt. Soms wordt de operatie uitgevoerd na een borstsparende behandeling, waarbij de tumor niet ruim genoeg verwijderd is.

De operatie gebeurt onder algehele narcose (anesthesie). U verblijft ongeveer 3 dagen op de Verpleegafdeling 4B (Chirurgie). Wanneer u gekozen heeft voor een directe borstreconstructie, verblijft u hier 6 dagen.

Op het moment dat u de definitieve uitslag krijgt, ontvangt u meteen de afspraken voor onder andere het preoperatief spreekuur. Hier bezoekt u de anesthesioloog (de arts die de narcose toedient). Hij/zij neemt met u een vragenlijst door, beoordeelt uw medische toestand en geeft u informatie over de anesthesie die u krijgt. Ook heeft u een gesprek met de opnameverpleegkundige over de voorbereidingen voor de operatie, uw thuissituatie en de nazorg thuis.

Als de schildwachtklier wordt verwijderd komt u de dag vóór de operatie naar  het ziekenhuis voor de schildwachtklierscan, om de schildwachtklier op te sporen. Dit is een poliklinisch onderzoek op de afdeling Nucleaire Geneeskunde en kan ongeveer 3 uur in beslag nemen. Daarna mag u weer naar huis. In sommige gevallen kan dit onderzoek ook op de ochtend van de operatie plaatsvinden.

Opname

U wordt de dag van de operatie in het ziekenhuis opgenomen. Op de verpleegafdeling 4B heeft u een intakegesprek met een verpleegkundige, die u meer informatie over de gang van zaken rondom de operatie geeft.

Operatie

Bij een verwijdering van de borst (ablatio) wordt het borstklierweefsel en de tepel verwijderd. De chirurg moet hiervoor een snee maken van ongeveer 15 tot 20 centimeter. Meestal is het noodzakelijk om ook de schildwachtklier en in sommige gevallen alle lymfeklieren in de oksel te verwijderen. U krijgt hiervoor tijdens de operatie een blauwe kleurstof ingespoten die de schildwachtklier zichtbaar maakt.

Als de borst verwijderd is, brengt de chirurg een dun slangetje (drain) in de wond aan voor het afvoeren van vocht en bloed uit het wondgebied. De operatiewond wordt met oplosbare hechtingen gesloten. Het weggenomen weefsel gaat naar het laboratorium voor onderzoek.

Als de operatie is beëindigd, gaat u voor controle naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer). Zodra u goed wakker bent en alle controles (bloeddruk en pols) in orde zijn, gaat u terug naar de verpleegafdeling. De wonddrain wordt de tweede dag na de operatie verwijderd.

Door de blauwe kleurstof die is ingespoten voor het zichtbaar maken van de schildwachtklier, heeft uw urine en ontlasting de dag na de operatie een groene kleur. Ook kan uw gezicht er tijdelijk wat grauw uitzien.

Prothese

Als de drain(s) is (zijn) verwijderd, kan de tijdelijke prothese worden aangemeten. Dit gebeurt op de verpleegafdeling. De prothese komt in uw eigen beha te zitten. Het is belangrijk om een beha mee naar het ziekenhuis te nemen die goed en prettig zit, met of zonder beugel. Het is ook mogelijk om een prothese aan te meten in een korset of torselet. Bij het aanmeten van een tijdelijke prothese krijgt u ook informatie over de aanschaf van de definitieve prothese.

Uitslag

Het verwijderde klier- en borstweefsel wordt in het laboratorium onderzocht en na ongeveer 7 tot 10 dagen is de uitslag hiervan bekend. Tijdens het uitslaggesprek bespreekt de chirurg met u de resultaten van het laboratoriumonderzoek. Afhankelijk van deze uitslag wordt aangegeven hoe het vervolgtraject er voor u uit kan zien.

Het kan zijn dat het advies nabehandeling is in de vorm van bestraling chemotherapie, hormonale therapie of immunotherapie. Soms is een combinatie van deze therapieën nodig. Wat in uw situatie de beste behandeling is, wordt niet alleen door de chirurg bepaald. Dit wordt in het multidisciplinair team (een team van specialisten) overlegd.

De chirurg controleert de operatiewond, bespreekt met u hoe het thuis is gegaan en vraagt u naar eventuele problemen die u heeft ondervonden. U heeft ook uitgebreid de gelegenheid uw vragen te stellen. Bij dit gesprek is ook een mammacareverpleegkundige aanwezig. 

Nazorg

Het komt vaak voor dat zich na de operatie in het wondgebied wondvocht ophoopt, waardoor een verdikking ontstaat (seroomvocht). Dit is geen reden voor ongerustheid. Het teveel aan vocht kan poliklinisch verwijderd worden. Deze behandeling moet soms een aantal keren worden herhaald. Op den duur verdwijnt het wondvocht. Zoals bij elke operatie kunnen complicaties optreden, zoals een wondinfectie en een bloeding.

Over het algemeen wordt de operatie lichamelijk niet als zwaar ervaren. U zult niet veel pijn hebben en u vrij snel weer zelf kunnen redden. Emotioneel gezien is deze operatie wel ingrijpend. Na ontslag uit het ziekenhuis kunt u de meeste dingen weer zelf doen, ook licht huishoudelijk werk. U kunt, afhankelijk van uw herstel, langzaam uw activiteiten uitbreiden of uw werk hervatten. U zult gedurende een lange periode een moeheid ervaren, als gevolg van de operatie, narcose, de spanningen door de confrontatie met borstkanker, en een eventuele nabehandeling.

Let op: na een directe reconstructie mag u de eerste 6 weken na de operatie niet sporten, autorijden, zwaar tillen en bovenhands werken. 

U komt met regelmaat voor controle op het spreekuur van het Borstcentrum, de ene keer bij de chirurg, de andere keer bij de mammacareverpleegkundige. In eerste instantie wordt aandacht geschonken aan de wondgenezing en het vervolgtraject, daarna vooral aan uw lichamelijke en geestelijke conditie. U blijft in ieder geval 5 jaar onder controle.