Low Anterior Resectie-syndroom (klachten na een endeldarmoperatie)

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Het LAR-syndroom is een verzamelnaam voor klachten die kunnen ontstaan na een endeldarmoperatie. Soms is hier ook bestraling en/of chemotherapie aan voorafgegaan.

Onze kwaliteit

  • Deskundige begeleiding
  • Laagdrempelig contact
  • Geen wachttijden

Wachttijd

Wat is LARS

Het LAR-syndroom is een verzamelnaam voor klachten die kunnen ontstaan na een endeldarmoperatie. Soms is hier ook bestraling en/of chemotherapie aan voorafgegaan.

De endeldarm is een soort reservoir dat signalen afgeeft als de darm vol is. Het verwijderen van (een stuk van) de endeldarm verstoort die signaalfunctie, waardoor het gevoel van aandrang verandert of verdwijnt. Ook kan de endeldarm na de operatie minder of geen ontlasting meer opslaan.

Daarnaast kan de functie van de kringspier verminderd zijn door de behandeling. Dit kan leiden tot problemen met aandrang en ongewild verlies van ontlasting of windjes.

De veranderingen van de endeldarm kunnen erg vervelende klachten geven. Dit heeft te maken met de aansluiting die is gemaakt om de darm weer aan elkaar te zetten. Hoe dichter deze aansluiting bij de kringspier zit, des te groter de klachten kunnen zijn.

Klachten

  • Vaker naar het toilet voor ontlasting (soms meer dan 10x), ook gedurende de nacht;
  • In een korte tijd (anderhalf tot twee uur) meerdere keren achter elkaar naar het toilet;
  • Dunnere ontlasting (soms waterdun) dan voor de operatie;
  • Een sterke aandrang van ontlasting die moeilijker uit te stellen is;
  • Soms ongewild verlies van ontlasting;
  • Winderigheid.

Deze klachten worden steeds minder in de drie tot zes maanden na de operatie. Het herstel duurt maximaal twee jaar. Het kan voorkomen dat de klachten nooit volledig verdwijnen. Het ontlastingspatroon wordt meestal nooit meer zoals het voor de operatie was. Na een endeldarmoperatie kán het voor u normaal zijn dat u 3 tot 7 keer per 24 uur ontlasting heeft.

Wat kunt u zelf doen?

Met onderstaande adviezen kunt u de klachten zelf verminderen:

  • Drink niet meer dan 1,5 tot 2 liter vocht per dag. Hiervan drinkt u ongeveer een halve liter water gerelateerde dranken (koffie, thee, bouillon), een halve liter verzuurde melkproducten (karnemelk, yoghurt, kwark etc.) en een halve liter andere dranken.
  • Als de klachten ernstig zijn, kunt u de laatste halve liter ook vervangen door isotone dranken, zoals sportdranken, ORS en kokoswater. Isotone drank wordt eerder in het bloed opgenomen dan water of andere drank.
  • Vermijd veel cafeïne, dit versterkt het samentrekken van de darm.
  • Vermijd veel koolzuurhoudende dranken, die verhogen de winderigheid en een opgeblazen gevoel.
  • Vermijd lightproducten. De suiker-vervangende zoetstoffen maken de ontlasting dunner.
  • Eet vaker kleine maaltijden, verspreid over de dag (5-6 keer).
  • Sla geen maaltijden over, dit verergert de waterige ontlasting en de winderigheid.
  • Kauw voedsel goed en eet rustig zonder veel te praten. Veel praten en snel eten verhogen de winderigheid en het opgeblazen gevoel.
  • Eet vezelrijk voedsel, dit dikt de ontlasting in en vertraagt de doorgang.
  • Eet zetmeelrijke producten, zoals aardappelen, peulvruchten en banaan. Zetmeel bindt vocht. Neem maximaal drie stuks fruit per dag. Teveel fruit versnelt de doorgang.
  • Stop met roken, dit verhoogt het samentrekken van de darm en zorgt voor winderigheid.
  • Gebruik na iedere ontlasting water en een zacht washandje om de anus schoon te maken. Dit als door de ontlasting klachten ontstaan zoals een branderig gevoel en jeuk.
  • Gebruik geen zeep of hard toiletpapier. Ter bescherming of bij een kapotte huid kunt u sudocrème, bepanthen of zinkoxidezalf proberen. Deze middelen zijn verkrijgbaar bij de drogist. Als dit niet voldoende werkt, kan de stoma- en continentieverpleegkundige u een andere crème voorschrijven.

Behandelopties

Naast leefstijladviezen zijn er verschillende behandelopties die de arts of verpleegkundige met u kan bespreken:

  • Om u een inzicht te geven in de klachten kunt u voor de afspraak met de ­stoma- en continentieverpleegkundige de LARS-score invullen. Deze staat op de laatste pagina van de folder op deze pagina.
  • Eventuele problemen kunt u met de arts of de stoma- en continentieverpleegkundige bespreken.
  • Daarnaast is het goed om in de eerste 6 maanden na de operatie maandelijks de lijst in te vullen en de score bij te houden. Op deze manier krijgt u zelf goed inzicht in de klachten en de eventuele verbetering van het ontlastingspatroon.
  • Problemen met de stoelgang worden groter als de ontlasting te dun of te dik is. Op de laatste pagina van deze folder staat de Bristol Schaal. Deze schaal geeft aan welke vorm de ontlasting heeft en welke score daar bij hoort. De ideale score op de Bristol Schaal voor ontlasting is tussen 3 en 4.
  • Spierversterkende oefeningen bij een bekkenfysiotherapeut in combinatie met dieetadviezen kan de sterke aandrang en ongewild verlies van ontlasting verminderen. De stoma- en continentieverpleegkundige kan u doorverwijzen naar de bekkenbodemfysiotherapie van het Martini Ziekenhuis.