Borstsparende behandeling

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Specifieke voorbereidingen
Operatie onder algehele narcose
Dagbehandeling
Zo nodig aanvullend behandelen

Onze kwaliteit

  • Gespecialiseerd team mammachirurgen
  • Vast verpleegkundig aanspreekpunt

Wachttijd

Voorbereiding

In overleg met de specialist maakt u een afspraak voor het operatief verwijderen van een kwaadaardige tumor in uw borst. Dit gebeurt via een borstsparende operatie. Het kan ook zijn dat de operatie bij u wordt uitgevoerd in verband met een voorstadium van borstkanker. De operatie gebeurt onder algehele narcose (anesthesie) en is in dagbehandeling. Dit betekent dat u zonder complicaties op de dag zelf weer naar huis gaat. Mits er iemand 's nachts bij u is.

Op het moment dat u de definitieve uitslag krijgt, ontvangt u meteen de afspraken voor onder andere het preoperatief spreekuur. Hier bezoekt u de anesthesioloog (de arts die de narcose toedient). Hij/zij neemt met u een vragenlijst door, beoordeelt uw medische toestand en geeft u informatie over de anesthesie die u krijgt. Ook heeft u een gesprek met de opnameverpleegkundige over de voorbereidingen voor de operatie, uw thuissituatie en de nazorg thuis.

Als uw schildwachtklier moet worden verwijderd komt u de dag vóór de operatie naar  het ziekenhuis voor de schildwachtklierscan, om de schildwachtklier op te sporen. Dit is een poliklinisch onderzoek op de afdeling nucleaire geneeskunde en kan ongeveer 3 uur in beslag nemen. Daarna mag u weer naar huis. In sommige gevallen kan dit onderzoek ook op de ochtend van de operatie plaatsvinden.

Als de tumor bij u niet te voelen is, zal voorafgaand aan de operatie een lokalisatie plaats vinden. De radioloog voert een plaatsbepaling uit met behulp van een radioactief jodiumzaadje. Dat kan van enkele weken voor de operatie tot de dag van operatie. De lokalisatie vindt plaats in het Borstcentrum. Met behulp van echografie wordt het afwijkende gebied in de borst opgezocht. De radioloog zal ter plaatse de huid verdoven. Vervolgens wordt met een naald, met daarin het radioactief jodiumzaadje, de afwijking aangeprikt. Na het aanprikken wordt de naald verwijderd en blijft alleen het radioactief jodiumzaadje in de borst achter. Het radioactief jodiumzaadje in de borst geeft de plaats aan van het afwijkende weefselgebied. Zo kan de chirurg tijdens de operatie met een speciaal apparaat het afwijkende gebied met radioactief jodiumzaadje zien en het vervolgens  verwijderen. Direct na het inbrengen van het radioactief jodiumzaadje, wordt met behulp van röntgenfoto’s (mammografie) gecontroleerd of het radioactief jodiumzaadje op de juiste plaats ligt.

Opname

U wordt de dag van de operatie in het ziekenhuis opgenomen. Op de afdeling dagbehandeling 3H heeft u een intakegesprek met een verpleegkundige, die u meer informatie over de gang van zaken rondom de operatie geeft. Het tijdstip van de operatie is dan ook bekend.

 

Operatie

Bij een borstsparende operatie verwijdert de chirurg de tumor met het omringend gezond weefsel. Meestal is het noodzakelijk om ook de schildwachtklier(en) of in sommige gevallen alle lymfeklieren in de oksel te verwijderen. Tijdens de operatie spuit de chirurg een blauwe kleurstof die de schildwachtklier zichtbaar maakt. De chirurg verwijdert de schildwachtklier (en eventueel de lymfeklieren) via een snee in de oksel. Het weggenomen weefsel gaat naar het laboratorium voor onderzoek.

Als de operatie is beëindigd, gaat u voor controle naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer). Zodra u goed wakker bent en alle controles (bloeddruk en pols) in orde zijn, mag u terug naar de afdeling Dagbehandeling 3H. 

Door de blauwe kleurstof die is ingespoten voor het zichtbaar maken van de schildwachtklier, heeft uw urine en ontlasting de dag na de operatie een groene kleur. Ook kan uw gezicht er tijdelijk wat grauw uitzien. 

Uitslag

Het verwijderde klier- en borstweefsel wordt in het laboratorium onderzocht en na ongeveer 7 tot 10 dagen is de uitslag hiervan bekend. Tijdens het uitslaggesprek bespreekt de chirurg met u de resultaten van het laboratoriumonderzoek. Afhankelijk van deze uitslag wordt aangegeven hoe het vervolgtraject er voor u uit kan zien.

In het laboratorium is onder meer gekeken of de kwaadaardige tumor ruim genoeg is verwijderd. Mocht dit niet het geval zijn, dan is een nieuwe operatie nodig waarbij het weefsel ruimer wordt weggenomen. Soms is het noodzakelijk om alsnog de gehele borst te verwijderen.

De chirurg controleert de operatiewond, bespreekt met u hoe het thuis is gegaan en vraagt u naar eventuele problemen die u heeft ondervonden.  Bij dit gesprek is ook een mammacareverpleegkundige aanwezig. U heeft dan uitgebreid de gelegenheid uw vragen te stellen.

Bestraling

De borstsparende operatie wordt altijd gevolgd door bestraling (radiotherapie). Het aantal keren dat u bestraald wordt, zal tussen de 15 en 25 keer zijn. Zo’n bestraling duurt een aantal minuten en vindt plaats in het Universitair Medisch Centrum Groningen op de afdeling Radiotherapie. Door de operatie en bestraling kan de geopereerde borst enigszins in vorm en volume van uw andere borst verschillen. Hoe groot dit verschil is, hangt ook af van de hoeveelheid weefsel die is verwijderd. Als de operatiewond genezen is, houdt u een litteken over van ongeveer 5 tot 10 centimeter.

Het is mogelijk dat naast de radiotherapie (bestraling) een nabehandeling gewenst is in de vorm van chemotherapie, hormonale therapie of immunotherapie. Soms is een combinatie van deze therapieën nodig. Wat in uw situatie de beste behandeling is, wordt niet alleen door de chirurg bepaald. Dit wordt in het multidisciplinair team, een team van specialisten, overlegd.

Nazorg

Over het algemeen wordt deze operatie lichamelijk niet als zwaar ervaren. U zult niet veel pijn hebben en u vrij snel weer zelf kunnen redden. Emotioneel gezien is deze operatie wel ingrijpend. Na ontslag uit het ziekenhuis kunt u thuis de meeste dingen weer zelf doen, ook licht huishoudelijk werk.

U kunt, afhankelijk van uw herstel, langzaam uw activiteiten uitbreiden of uw werk hervatten. Hierbij speelt de eventueel te volgen nabehandeling en hoe u zich emotioneel voelt natuurlijk ook een rol. U kunt gedurende een lange periode vermoeid zijn, als gevolg van de operatie, de narcose, de spanningen door de confrontatie met borstkanker en een eventuele nabehandeling. Zoals bij elke operatie kunnen complicaties optreden, zoals een wondinfectie en een bloeding.