Behandeling van spataderen

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Vaak is er een combinatie van behandelingen mogelijk die meestal in dagbehandeling plaatsvinden. De duur van de behandeling is afhankelijk van het type ingreep. U draagt na de behandeling een week lang een steunkous.

Onze kwaliteit

  • Spataderkeurmerk van de Harteraad
  • Meerdere behandelmogelijkheden

Wachttijd

Voorbereiding

In overleg met uw vaatchirurg heeft u een afspraak gemaakt voor de behandeling van spataderen. Deze ingreep vindt meestal plaats in dagbehandeling. In de periode voor de operatie bezoekt u het preoperatieve spreekuur van de anesthesioloog, de arts die de verdoving toedient. Deze arts beoordeelt uw medische toestand en bespreekt met u welke verdoving (anesthesie) voor u het meest geschikt is, ofwel algehele verdoving (narcose) of een ruggenprik. Bij sommige behandelmethoden is plaatselijke verdoving mogelijk. Neemt u op de dag van de ingreep uw medicijnen, nachtkleding, toiletspullen en comfortabele kleding mee naar het ziekenhuis.

Als de ingreep op de operatiekamer plaatsvindt, moet u nuchter zijn. Voor een poliklinische verrichting hoeft dat niet.

Na de ingreep kunt u niet zelfstandig aan het verkeer deelnemen. Zorgt u dus voor vervoer naar huis.

Opname

Op de dag van opname meldt u zich bij de inschrijfbalie in de centrale hal van het ziekenhuis, waar u een ziekenhuispasje krijgt. Vervolgens gaat u naar Verpleegafdeling 4B (Chirurgie). Hier wordt U opgenomen door de verpleegkundige en voorbereid op de operatie.

Operatie

De anesthesioloog geeft u de verdoving die met u besproken is. Dan volgt de ingreep. De vaatchirurg heeft in overleg met u bepaald welke behandelmethode bij u van toepassing is.

Er zijn verschillende technieken voor het behandelen van spataderen:

Endoveneuze behandeling
Onder plaatselijke verdoving en onder echogeleiding prikt de vaatchirurg de grote ader aan de binnenzijde van het bovenbeen (ter hoogte van de knie) of de ader op de achterzijde van de kuit aan en brengt een buigzame katheter in. Hierna wordt rondom de ader, vanaf de aanprikplaats bij de knie tot aan de lies of vanaf de aanprikplaats op de kuit tot aan de knieholte, een schil van vocht ter verkoeling en daardoor verdoving aangebracht. Dit gebeurt met een aantal injecties. Het aantal is afhankelijk van de lengte van het te behandelen traject. Voor de binnenzijde van het bovenbeen zijn gemiddeld 7-10 injecties nodig en voor de kuit 3-4.

Na deze voorbereidingen voert de vaatchirurg de daadwerkelijke behandeling  uit. Door verwarming van de top van de katheter kan de chirurg de ader aan de binnenzijde dichtschroeien. Als de behandeling enkelzijdig wordt uitgevoerd, kan de ingreep ook poliklinisch worden gedaan. Als daar aanleiding toe is,  kan de behandeling van de ader aan de binnenzijde van het bovenbeen worden gecombineerd met die van de ader op de kuit.

Korte strip: Hierbij wordt de grote ader aan de binnenzijde van het bovenbeen, waarin de kleppen niet meer goed functioneren, verwijderd. De chirurg maakt een klein sneetje in uw lies en iets onder de knie. De chirurg maakt de ader vrij van vertakkingen. Met behulp van een draad (stripper) wordt vervolgens de ader onder de huid vandaan getrokken.

(Re)Crossectomie: verbreken van de verbinding tussen een zieke oppervlakkige ader en de gezonde dieper gelegen ader. Deze behandeling vindt meestal plaats nadat u in het verleden al een spataderoperatie heeft gehad en er nieuwe verbindingen zijn ontstaan tussen de oppervlakkige en diepe aderen. De ingreep kan zowel in de lies als in de knieholte worden uitgevoerd.

Perforantectomie: afbinden van een lekke verbindingsader tussen het oppervlakkige en het diepe adersysteem in het been.

Convolutectomie volgens Müller: verwijderen van de kronkelende zijtakken van de ‘lekke’ hoofdader. De vaatchirurg maakt enkele sneetjes (2-3 mm) nabij de spatader, en verwijdert met een haakje de adertjes zoveel mogelijk.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Wanneer u na een algehele narcose goed wakker bent of na een ruggenprik uw benen weer goed kunt bewegen, brengt de verpleegkundige u in bed terug naar de verpleegafdeling. Aan het einde van de dag mag u het ziekenhuis verlaten.

Complicaties

Ondanks alle voorzorgsmaatregelen, is geen enkele operatie zonder risico’s. Ook bij de behandeling van spataderen is de kans op algemene complicaties aanwezig, zoals nabloeding, wondinfectie, trombose, stoornissen in de wondgenezing, en afhankelijk van uw algemene lichamelijke toestand een longontsteking of hartinfarct.

Daarnaast kunnen bij spataderoperaties specifieke complicaties optreden, zoals nabloedingen, wondproblemen en in een enkel geval voorbijgaande gevoelsstoornissen aan de binnenzijde van boven- en onderbeen. Als de lange ader aan de binnenzijde van het bovenbeen is ‘gestript’, kan na enkele dagen een bloeduitstorting ontstaan en soms voelt u ‘knobbels’. Deze zijn onschuldig en gaan vanzelf weer weg. Na de endoveneuze behandeling kan er vanuit de injectiegaatjes ingespoten koel-/verdovingsvloeistof gaan lekken. Dit is onschuldig en stopt vanzelf.

Nazorg

De dag na de operatie verwijdert u thuis het drukverband dat om het geopereerde been is aangelegd. Daarna draagt u een week alleen overdag een steunkous. U heeft op de polikliniek een recept voor een steunkous gekregen. De steunkous voorkomt zwellingen en bloeduitstortingen.

Ondanks de steunkous ontstaat na ‘strippen’ vaak toch nog een bloeduitstorting aan de binnenzijde van het bovenbeen. Deze bloeduitstorting zal na enkele weken vanzelf verdwijnen.

Bij de behandeling van spataderen gebruikt de vaatchirurg meestal oplosbare hechtingen. Is dit niet het geval dan kunt u de hechtingen na 7 tot 10 dagen door uw huisarts laten verwijderen. Zeer kleine wondjes zijn met een stripje (klein pleistertje) gesloten. Deze kunt u zelf na een week verwijderen.

De eerste week na de operatie dient u het rustig aan te doen. In het algemeen geldt: lopen en liggen is beter dan zitten en staan. U mag uw werk hervatten, maar niet als u daarbij veel moet tillen of moet staan. Moet u toch langere tijd staan, maakt u stappende bewegingen tijdens het staan. Als u zit, leg dan uw benen op een verhoging.

U heeft 6 weken na de behandeling een controleafspraak bij de vaatchirurg op de polikliniek Chirurgie. Deze bekijkt dan of u in aanmerking komt voor het wegspuiten van eventuele restspataderen.