Pacemakercontrole

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Periodieke controle van de pacemaker
Controle hartritme en tempo

Onze kwaliteit

  • Patiënten beoordelen onze zorg gemiddeld met een 8,5

Wachttijd

Voorbereiding

Uw behandelend arts, de pacemakerlaborant of het secretariaat van de Cardiologie functieafdeling maakt in overleg met u een afspraak voor een pacemakercontrole. De laborant neemt uw pacemakerstatus door. Hierbij wordt gekeken welk merk pacemaker heeft u en welke pacemakerdraden bij u zijn geïmplanteerd. Ook bekijkt de laborant de voorgeschiedenis, de laatste meetwaarden en bijzonderheden.

Trek de dag van het onderzoek bovenkleding aan die u gemakkelijk aan en uit kunt doen. Verder zijn voor dit onderzoek geen speciale voorbereidingen nodig.

Onderzoek

De laborant roept u op uit de wachtkamer. U neemt plaats op de onderzoeksbank of u blijft in de rolstoel zitten. De laborant vraagt hoe het met u gaat, hoe uw inspanningsvermogen is en of u klachten heeft (sinds de vorige controle).

Als het nodig is sluit de laborant u aan op de monitor om uw hartritme te kunnen volgen. Daarvoor worden klemmen met draden op uw armen en benen aangesloten. Met controleapparatuur wordt contact gezocht met de pacemaker om deze uit te lezen en eventueel te programmeren. Afhankelijk van het type pacemaker kan de laborant de volgende gegevens aflezen: instellingen, batterijstatus, laatste meetwaarden, percentage gestimuleerd ritme sinds de vorige controle, eventuele ritmestoornissen en bijzonderheden. Als de pacemaker zelf geen metingen heeft gedaan of als er twijfel is over de juistheid van de metingen, kan de laborant de metingen doen. De laborant controleert de instellingen van de pacemaker en past deze zo nodig aan.

Na het onderzoek

Een pacemakercontrole heeft geen schadelijke bijwerkingen. Na afloop van het onderzoek kunt u op eigen gelegenheid weer naar huis.

Uitslag en vervolg

Van de laborant krijgt u de uitslag van de technische controle van de pacemaker. Bij complicaties of afwijkende bevindingen kan de laborant een cardioloog raadplegen of een verslag naar uw behandelend cardioloog sturen. De laborant bespreekt ook met u wanneer het nodig is de pacemaker te vervangen.

Na de controle worden alle gegevens genoteerd in uw pacemakermap. Bij bijzonderheden worden deze gegevens doorgestuurd naar uw behandelend cardioloog en krijgt u een aparte afspraak bij de cardioloog. In overleg met u wordt een nieuwe afspraak gepland voor de volgende pacemakercontrole.