Defibrillatietest

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Testen of de ICD goed werkt
1 maand na implantatie van de ICD
Duur: ongeveer 20 minuten

Onze kwaliteit

  • Patiënten beoordelen onze zorg gemiddeld met een 8,5

Wachttijd

Voorbereiding

U krijgt van de functieafdeling Cardiologie 1 maand na implantatie van de ICD een oproep thuisgestuurd voor een defibrillatietest (DFT-test). U meldt zich die dag om 9.00 uur op de afdeling Hartbewaking, route 1.2.

U mag de avond ervoor na 24.00 uur geen vaste voeding meer. Tot 7.00 uur ´s ochtends mag u alleen vloeibare voeding. Daarna mag u tot 9.00 uur alleen maar heldere vloeistoffen (thee, ranja, water).

Plastabletten en/of tabletten tegen suikerziekte neemt u NIET in op de ochtend van de test. Andere medicijnen die u ’s ochtends slikt, mag u innemen met een klein slokje water.

Gebruikt u insuline, dan gelden de beschreven voedingsregels ook, met de volgende aanvullingen:

  • Kortwerkende insuline spuit u NIET op de ochtend van de DFT-test.
  • Mix-insuline spuit u NIET op de ochtend van de DFT-test. U krijgt van de verpleegkundige op de Hartbewaking een langwerkende insuline.
  • (Middel)langwerkende insuline (o.a. Insulatard, Levemir, Lantus, NPH) spuit u WEL op de ochtend van de DFT-test.

Na de test gaat u volgens schema en op normale tijden door met de tabletten en/of insuline tegen suikerziekte.

Onderzoek

Op de afdeling wordt een hartfilmpje gemaakt en bloed geprikt. Als de uitslagen goed zijn, wordt u opgenomen. De verpleegkundige legt een infuus aan en sluit u aan op een monitor voor hartritmebewaking. Zo nodig wordt het borsthaar weggeschoren.

U plast voor de test goed uit. Eind van de ochtend of begin van de middag wordt u door de verpleegkundige naar de anesthesieruimte gebracht. De verpleegkundige is tijdens de hele test aanwezig. De anesthesiemedewerker sluit u aan op een monitor en u krijgt een bloeddrukmeterband om. Op uw borst en rug krijgt u twee grote plakkers.

De ICD-technicus, cardioloog, verpleegkundige en anesthesioloog komen bij u aan het bed. De technicus sluit u aan op de ICD-apparatuur. Via het infuus krijgt u medicijnen toegediend om u in slaap te brengen. De ICD-technicus wekt vervolgens via de ICD een ritmestoornis op. De ICD reageert daarop met het toedienen van een elektrische shock, zodat het hart weer in het normale ritme wordt teruggebracht.

Complicaties

De defibrillatietest vindt plaats onder lichte narcose, wat altijd een klein risico geeft. Een test zonder voldoende ontstolling geeft een grotere kans op een complicatie zoals een TIA of beroerte. Als in de drie weken voorafgaand aan de test de ontstolling niet optimaal is geweest, gaat de test niet door. Er wordt dan een nieuwe afspraak voor u gemaakt.

Na het onderzoek

Na 10-15 minuten wordt u weer wakker. De lichte narcose heeft meestal geen vervelende bijwerkingen. Mogelijk slaapt u nog een uurtje uit na de test.

Er wordt een hartfilmpje gemaakt. Als u goed wakker bent, mag u weer eten en drinken en kunt u de (ochtend)medicatie innemen. U mag gaan mobiliseren en 4 uur na de test mag u weer naar huis.

Uitslag en vervolg

De uitslag van de test krijgt u van de cardioloog als u wakker bent. 
Tot 24 uur na de lichte narcose mag u geen belangrijke beslissingen nemen of papieren tekenen. 

U mag nog geen auto rijden tot 8 weken na de ICD-implantatie. U moet dan beschikken over een geldig rijbewijs met code 100 of 101. Ook moet u zich na de ICD-implantatie 6 weken  houden aan de leefregels.

Ongeveer 4 weken na de defibrillatietest heeft u een controleafspraak op de functieafdeling Cardiologie (route 1.3). Eerst leest de ICD-technicus de gegevens van de ICD uit. Aansluitend heeft u een controleafspraak bij de cardioloog. Deze afspraken krijgt u thuisgestuurd van de functieafdeling Cardiologie.