Atriumfibrilleren

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Poli Atriumfibrilleren
Multidisciplinair behandelteam
Diagnose en behandelvoorstel

Onze kwaliteit

  • Patiënten beoordelen onze zorg gemiddeld met een 8,5
  • Excellente zorg boezemfibrilleren
  • Ontwikkeld in samenwerking met patiëntenorganisaties
  • Meerdere onderzoeken op één dag

Wachttijd

Poli Atriumfibrilleren

In overleg met uw (huis)arts bent u doorverwezen naar de Polikliniek Atriumfibrilleren voor onderzoek naar uw hartritmestoornis ‘atriumfibrilleren’. Dit is een van de meest voorkomende hartritmestoornissen en in principe ongevaarlijk, wanneer de juiste behandeling wordt ingezet. De symptomen (hartkloppingen, een naar gevoel op de borst, duizeligheid, vermoeidheid en kortademigheid) kunnen wel erg vervelend zijn.

Daarnaast kan boezemfibrilleren complicaties veroorzaken, zoals bloedstolselvorming in het hart met kans op een beroerte als stolsels zich verspreiden naar de hersenen. Bij langdurig (maanden tot jaren) een te snelle hartslag kan de pompfunctie van het hart verminderen. Behandeling is gewenst om uw kwaliteit van leven te verbeteren en complicaties te voorkomen.

Op de polikliniek Atriumfibrilleren onderzoekt een behandelteam, dat bestaat uit verpleegkundig specialisten en een cardioloog, de oorzaak van uw hartritmestoornis. De verschillende gesprekken en onderzoeken vinden zoveel mogelijk op een middag plaats. Na afloop krijgt u direct de diagnose en een voorstel voor een behandelplan.

Bij de verwijzing vraagt de huisarts meestal of de verpleegkundig specialist/cardioloog van het Martini Ziekenhuis de behandeling wil overnemen. Het komt ook voor dat uw huisarts u alleen naar het Martini Ziekenhuis verwijst voor het onderzoek en een behandeladvies. U blijft dan onder behandeling bij uw huisarts.

Atriumfibrilleren wordt ook wel boezemfibrilleren genoemd. Het gaat hierbij om hetzelfde ziektebeeld.

Voorbereiding

De secretaresse van de polikliniek Atriumfibrilleren is uw eerste aanspreekpunt. Zij belt u nadat uw verwijzing bij de polikliniek is binnengekomen en stelt u een aantal vragen. Vervolgens krijgt u een afspraak voor een bezoek aan de polikliniek.

Voorafgaand aan uw afspraak laat u bloed afnemen voor de bepaling van een aantal bloedwaarden. Dit is van belang voor het stellen van de diagnose. Soms is dit al gedaan (bijvoorbeeld tijdens opname of door uw huisarts). In dat geval vindt er geen bloedonderzoek plaats. Als het wel nodig is, ontvangt u per post een laboratoriumformulier van de polikliniek. Met dit formulier kunt u het bloed laten afnemen in het Martini Ziekenhuis of bij een laboratorium van CERTE bij u in de buurt.

Mogelijk is vooraf nog een holteronderzoek nodig. Dit is een onderzoek, waarbij uw hartritme gedurende 24 of 48 uur wordt geregistreerd met behulp van een draagbaar kastje en een aantal plakkers. Tijdens de registratie bent u thuis en u doet alles wat u gewend bent te doen. U hoort via de secretaresse of en wanneer dit onderzoek plaatsvindt.

U krijgt ook een vragenlijst thuisgestuurd, zo mogelijk via e-mail, anders per post. Deze lijst brengt u ingevuld mee naar uw eerste afspraak. Met uw informatie kunnen we vooraf een programma maken dat is afgestemd op uw persoonlijke situatie.

Daarnaast krijgt u via e-mail een vragenlijst toegestuurd. Als u de vragen in de lijst online heeft beantwoord, worden deze automatisch naar de polikliniek gestuurd. Met deze informatie is voor uw eerste bezoek al veel bekend over uw gezondheidstoestand.

Onderzoeksdag

U meldt zich volgens afspraak op de polikliniek Atriumfibrilleren. De secretaresse ontvangt u, schrijft u in en wijst u de weg gedurende uw bezoek aan de polikliniek. Ook met vragen kunt u bij haar terecht. Vervolgens heeft u een gesprek met de verpleegkundig specialist. Deze verpleegkundig specialist stelt u vragen over uw klachten en uw gezondheidstoestand, mede aan de hand van de door u ingevulde vragenlijst.

De verpleegkundig specialist doet verder een lichamelijk onderzoek. Dit bestaat uit het beluisteren van uw hart en longen, het meten van uw lengte, gewicht en bloeddruk en het maken van een hartfilmpje (ECG). De verpleegkundig specialist besteedt daarnaast vooral aandacht aan de uitleg over het ziektebeeld atriumfibrilleren, leefregels, risicofactoren en hoe u met het ziektebeeld kunt omgaan.

Na uw bezoek aan de verpleegkundig specialist volgt die middag aanvullend onderzoek op de functieafdeling.

Het kan zijn dat u tussen de onderzoeken of gesprekken even moet wachten. U kunt die tijd doorbrengen in de wachtkamer van de polikliniek Atriumfibrilleren. U kunt hier gebruik maken van internet via uw eigen smartphone/ tablet (WIFI Gast) of een tijdschrift lezen. U kunt er koffie of thee krijgen. Als u iets wilt eten, adviseren wij u om een boterham of iets dergelijks mee te nemen van huis.

Onderzoeken

Voor het vaststellen van de oorzaak van uw atriumfibrilleren en de juiste behandeling ervan, kan het onderzoek verder bestaan uit:

Een echocardiogram op de Cardiologie Functieafdeling

Bij dit onderzoek worden uw hart en uw grote bloedvaten met behulp van geluidsgolven in beeld gebracht. De echocardiografist beoordeelt tijdens het onderzoek bewegingen, afmetingen, kleppen en de pompfunctie van het hart. Dit duurt ongeveer 30 minuten. Er zijn geen voorbereidingen nodig.

Een fietstest (ergometrie) op de Cardiologie Functieafdeling

Tijdens het onderzoek fietst u op een soort hometrainer, waarbij een aantal plakkers op uw borst uw hartactiviteit en -capaciteit uw inspanning meten. Ook controleert de laborant regelmatig uw bloeddruk met een band om uw arm. Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten. U mag op de dag van het onderzoek geen bodylotion of olie op uw lichaam aanbrengen, omdat de plakkers anders niet op uw lichaam blijven zitten. Verder zijn er geen voorbereidingen nodig.

Eindgesprek

Aan het eind van de middag zijn al uw onderzoeksgegevens bekend, evenals de diagnose en een behandeladvies. U heeft daarna een eindgesprek met de cardioloog en de verpleegkundig specialist. Dit gesprek vindt altijd na 16.00 uur plaats. De beide specialisten brengen u op de hoogte van de diagnose, oorzaak en zullen een voorstel voor een behandelplan met u doornemen.

Meestal is er niet 1 duidelijke oorzaak voor boezemfibrilleren te benoemen. Veel factoren kunnen een rol spelen, onder andere een hoge bloeddruk, hartklepafwijkingen, aderverkalking, hartfalen en sommige andere ritmestoornissen. Ook kunnen factoren buiten het hart om het boezemfibrilleren veroorzaken, zoals longziekten of schildklieraandoeningen. Soms kunnen voedingsmiddelen de klachten uitlokken of alcohol. Het behandeladvies dat u krijgt, hangt daarom af van meerdere factoren, van uw leeftijd en de aard van uw klachten.

Na het eerste bezoek aan de polikliniek Atriumfibrilleren komt u onder controle bij uw huisarts of blijft u onder behandeling van de verpleegkundig specialist (of cardioloog). Afhankelijk van de aard van het atriumfibrilleren, het voorgestelde behandelplan en uw eigen keuzes, komt u een aantal keer terug op de polikliniek.

Tijdens het polikliniekbezoek kijkt de verpleegkundig specialist wat uw situatie is en of deze is verbeterd of verslechterd. Samen kijkt u of de gewenste behandeldoelen zijn bereikt. De klachten die u ervaart zijn tijdens uw bezoek het uitgangspunt voor eventuele aanpassingen in de behandeling om zo de gewenste situatie te bereiken.

U kunt last hebben of krijgen van klachten die buiten de kennis en bekwaamheid van de verpleegkundig specialist vallen. In dat geval overlegt de verpleegkundig specialist met een cardioloog.

Het einde van de behandeling/controles in het ziekenhuis is bij een chronische aandoening als atriumfibrilleren moeilijk aan te geven. Als het mogelijk is, kan er al snel duidelijkheid worden gegeven over de duur dat u onder controle blijft bij het Martini Ziekenhuis. Het kan zijn dat u in overleg met de verpleegkundig specialist onder controle komt bij uw eigen huisarts. Hierover maakt u specifieke afspraken.

Behandelingen

De volgende behandelingen zijn mogelijk bij boezemfibrilleren:

Ritmecontrole: herstel naar het normale hartritme, ofwel door toediening van medicijnen via de bloedbaan, of met een elektrische schok (cardioversie). Cardioversie mag pas plaatsvinden na 3 weken trouw gebruik van antistollingsmedicatie. Vervolgens wordt met medicijnen het verkregen ritme behouden en een terugval van het boezemfibrilleren voorkomen.

Frequentiecontrole: gebruik van medicijnen die bij chronisch (langdurig bestaand) boezemfibrilleren de hartfrequentie reguleren en zo nodig verlagen.

Antistolling: gebruik van medicijnen die stolselvorming tegengaan.

Katheterablatie: met een speciale katheter worden littekentjes in het hart rond de longaders gemaakt. Dit gebeurt via een katheter, een soort slangetje dat naar het hart toe wordt geschoven via de bloedvaten. De prikkels die het ritme verstoren komen vaak uit het gebied rond de longaders. Door het maken van littekenweefsels worden deze prikkels geblokkeerd.

Mazeoperatie: via een open hartoperatie wordt een aantal grote littekens in de boezems van het hart gemaakt of gebrand. Deze techniek op zich wordt niet vaak toegepast. Wel in combinatie met een hartoperatie zoals een bypass- of een klepoperatie.