Vervanging pacemaker of draden

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Vervanging pacemaker bij bijna lege batterij
Vervanging pacemakerdraden
Opnameduur circa 1 tot 2 dagen

Onze kwaliteit

  • Patiënten beoordelen onze zorg gemiddeld met een 8,5

Wachttijd

Algemeen

De meeste pacemakers gaan zes tot acht jaar mee. Bij de periodieke controles kijkt de pacemakerlaborant o.a. naar de levensduur van de batterij. Als de batterij uitgeput raakt ziet de pacemakerlaborant dit ruim van tevoren. Er wordt dan in overleg met u een afspraak gemaakt voor een pacemakervervanging. Bij een vervanging wordt u opnieuw geopereerd, meestal onder plaatselijke verdoving.

De elektrodedraden gaan veel langer mee dan de pacemaker zelf. De vervanging van de elektrodedraden gebeurt dan ook als aparte behandeling. Het is een kleine ingreep onder plaatselijke verdoving.

Voorbereiding

Lokale verdoving
Operatie ’s ochtends: U bent vanaf 8.00 uur nuchter. Insuline-afhankelijke diabetespatiënten die om 8.00 uur worden geopereerd , mogen geen insuline spuiten.
Operatie ’s middags: U moet vanaf 10.00 uur nuchter zijn.

Algehele verdoving
U moet vanaf 24.00 uur nuchter zijn.

Voor de operatie doet u uw sieraden af. Als u make-up op heeft, verwijdert u die ook. Het is verder belangrijk om voor de operatie goed uit te plassen op het toilet. Vervolgens krijgt u een OK-hemd aan en een OK-muts op. Ondergoed en sokken mag u aan houden.

Operatie

Vaak worden de oude elektrodedraden op de nieuwe pacemaker aangesloten, omdat deze veel langer meegaan dan de pacemaker zelf. Soms kost het verwijderen van de oude pacemaker wat meer tijd, doordat het apparaat vergroeid is met het omringende weefsel.

Bij de vervanging van de elektrodedraden blijven de oude meestal zitten en worden de nieuwe ernaast aangelegd. De nieuwe draden worden vervolgens aangesloten op de pacemaker.

Na de operatie

Na de operatie gaat u terug naar de verpleegafdeling. U ligt aan de hartbewaking om de samenwerking tussen uw hart en de pacemaker te controleren. De verpleegkundige controleert regelmatig uw pols, bloeddruk, temperatuur en de wond. Zo nodig wordt er een röntgenfoto van uw borst gemaakt.

Na de operatie krijgt u een mitella om de arm aan de implantatiezijde. Deze gebruikt u gedurende 48 uur. De arm aan de implantatiekant mag u wel voorzichtig gebruiken voor brood smeren, drinken, etc., maar u mag de arm niet onnodig belasten. De eerste 3 dagen mag u de arm niet boven schouderhoogte optillen. U kunt de draden van de pacemaker dan lostrekken. Daarna zitten ze vast genoeg onder de huid.

De dag na de operatie wordt er een ECG gemaakt en een röntgenfoto van de borst. Ook vindt die dag de eerste pacemakercontrole plaats.

Nazorg

Als alle controles goed zijn mag u de dag na de operatie naar huis. Niet oplosbare hechtingen kunt u tussen de 8e en 10e dag na de implantatie laten verwijderen door de huisarts. Als u een pleister heeft, vervangt de verpleegkundige deze op de dag van ontslag. Thuis mag u de pleister na 2 dagen verwijderen.

Bij roodheid rondom de wond, pijn of koorts moet u contact opnemen met de huisarts. Na ontslag komt u weer naar het ziekenhuis terug voor de periodieke controles.