Pacemaker implantatie

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Plaatsen van een apparaatje onder de huid bij ritme en/of geleidingsstoornissen van het hart
2 dagen opname

Onze kwaliteit

  • Patiënten beoordelen onze zorg gemiddeld met een 8,5

Wachttijd

Voorbereiding

De specialist heeft met u besproken dat u een pacemaker nodig heeft. Dit is een apparaatje dat uw hart ondersteunt als de ritme- en geleidingsstoornis niet (meer) met medicijnen te behandelen is. De pacemaker wordt operatief onder de huid – boven de linker of rechter borstspier – geplaatst. Voor deze ingreep verblijft u 2 dagen in het ziekenhuis.

Via de functieafdeling Cardiologie krijgt u een oproep voor opname. Van de cardioloog heeft u advies gekregen over het gebruik van de medicijnen in de periode voor de operatie

Opname

Op de dag van opname gaat u naar de verpleegafdeling. Een dag voor de operatie wordt een borstfoto en een ECG (hartfilmpje) gemaakt. Ook wordt er bloed bij u afgenomen. Een verpleegkundige scheert uw oksels, borstkas en bovenarmen. U krijgt plakkers op uw borst om het hartfilmpje te registreren. Ook krijgt u alvast een infuusnaaldje in uw rechter arm of hand.

Operatiedag

De cardioloog heeft met u besproken aan welke kant u de pacemaker krijgt. De operatie vindt plaats onder algehele of plaatselijke verdoving. Welke verdoving u krijgt, heeft de cardioloog ook vooraf met u besproken.

Lokale verdoving
Operatie ’s ochtends: U bent vanaf 8.00 uur nuchter. Insuline afhankelijke diabetespatiënten die om 8.00 uur een pacemakerimplantatie ondergaan mogen geen insuline spuiten.

Operatie ’s middags: U moet vanaf 10.00 uur nuchter zijn

Algehele verdoving
U moet vanaf 24.00 uur nuchter zijn.

Voor de operatie doet u uw sieraden af. Als u make-up op heeft, verwijdert u die ook. Het is verder belangrijk om voor de implantatie goed uit te plassen op het toilet. Vervolgens trekt u een OK-hemd aan en doet een OK-muts op. Ondergoed en sokken mag u aanhouden.

Na de operatie

Na de ingreep gaat u terug naar de verpleegafdeling. U ligt aan de hartbewaking om de samenwerking tussen uw hart en de pacemaker te controleren. De verpleegkundige controleert regelmatig uw pols, bloeddruk, temperatuur en de wond. Zo nodig wordt er een röntgenfoto van uw borst gemaakt.

Na de operatie krijgt u een mitella om de arm aan de implantatiezijde. Deze gebruikt u gedurende 48 uur. De arm aan de implantatiekant mag u wel voorzichtig gebruiken voor brood smeren, drinken etc., maar u mag de arm niet onnodig belasten. De eerste 3 dagen mag u de arm niet boven schouderhoogte optillen. U kunt de draden van de pacemaker dan lostrekken. Daarna zitten ze vast genoeg onder de huid.

De dag na de operatie wordt er een ECG gemaakt en een röntgenfoto van de borst. Ook vindt die dag de eerste pacemakercontrole plaats.

Nazorg

Als alle controles goed zijn mag u de dag na de pacemakerimplantatie naar huis. Niet oplosbare hechtingen kunt u tussen de 8e en 10e dag na de implantatie laten verwijderen door de huisarts. Als u een pleister heeft, vervangt de verpleegkundige deze op de dag van ontslag. Thuis mag u de pleister na 2 dagen verwijderen.

Bij roodheid rondom de wond, pijn of koorts moet u contact opnemen met de huisarts. Na ontslag komt u naar het ziekenhuis terug voor de periodieke controles. De pacemakerlaborant kijkt dan of de pacemaker goed werkt en u wordt onderzocht door de cardioloog.