Operatieve behandeling van brandwonden/huidtransplantatie

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Een operatie onder narcose waarbij de brandwonden worden schoongemaakt en huidtransplantaten worden aangebracht.

Onze kwaliteit

  • Innovatieve zorg op maat
  • Verificatie door European Burn Association
  • Eén van de drie brandwondencentra in Nederland

Voorbereiding

U bent vanwege een ernstige verbranding opgenomen in het Brandwondencentrum. Bij een diepe verbranding is het nodig de verbrande huid te verwijderen en huidtransplantaten aan te brengen. Bij uitgebreide brandwonden gebeurt dit in stappen. Bij kleinere verbrandingen met oppervlakkig en diep verbrande huidgedeelten door elkaar, wachten we eerst tot uw tweedegraads brandwonden genezen zijn. In de regel vindt transplantatie dan plaats vanaf de 2e week na de verbranding. De operatie vindt plaats onder algehele narcose (anesthesie), soms onder plaatselijke verdoving.

Brandwondenteam

U ontvangt zorg van een multidisciplinair brandwondenteam. De medische behandeling is in handen van diverse specialisten: de brandwondenarts, chirurgen, plastisch chirurg, internist, longarts, intensivist en voor kinderen ook de kinderarts. Gespecialiseerde verpleegkundigen dragen zorg voor de verpleegkundige behandeling.

Psychische begeleiding is mogelijk door de klinisch psycholoog, psychiater, verpleegkundig consulent, een nurse practitioner en (voor kinderen) een pedagogisch medewerker. Fysiotherapeuten, ergotherapeuten en de revalidatiearts bieden ondersteunende behandelingen. Verder bestaat het team uit secretaresses, medewerkers huishoudelijke dienst, de voedingsassistente, diëtist, ziekenhuishygiënist, medisch microbioloog en anesthesist.

Vóór de operatie

Voorafgaand aan de operatie zijn specifieke voorbereidingen nodig. Een verpleegkundige of laborant neemt bloed bij u af voor onderzoek. Eventueel wordt een hartfilmpje (ECG) bij u gemaakt. Voor de huidtransplantatie zal de chirurg een stukje van uw eigen huid gebruiken van een niet verbrand lichaamsgedeelte. Als het kan van het been, soms van de borst of rug. De verpleegkundige zal dit gedeelte ontharen. Het gebeurt ook wel eens tijdens de operatie.

De anesthesioloog komt bij u langs en geeft uitleg over de verdoving (anesthesie) die u tijdens de operatie krijgt. Bij algehele narcose is het gehele lichaam verdoofd en u bent tijdelijk buiten bewustzijn. Bij plaatselijke verdoving wordt een gedeelte van het lichaam gevoelloos gemaakt. Voor de operatie moet u nuchter zijn.

Wij adviseren u niet te roken. Roken kan na de narcose misselijkheid veroorzaken. Op de dag van de operatie zal de verpleegkundige u (als u hiertoe zelf niet in staat bent) wassen. U krijgt een slaaptablet, waarna de verpleegkundige u met uw bed naar de operatieafdeling brengt.

Operatie

Op de operatiekamer start de anesthesioloog met de verdoving die met u is afgesproken. U krijgt een infuus (een naald met een slangetje) in een bloedvat voor de toediening van vocht, medicijnen en de verdoving (anesthesie). Tijdens de operatie verwijdert de (plastisch) chirurg eerst de verbrande huid, totdat er weer gezond weefsel zichtbaar is. De wond gaat dan bloeden. Vanwege dit bloedverlies kunnen tijdens een operatie maar kleine stukken tegelijk geopereerd worden. Bij grote verbrandingen zijn daarom waarschijnlijk meerdere operaties nodig.

Vervolgens schaaft de chirurg met een speciaal apparaat (een dermatoom) een zeer dun laagje huid af van uw been, borst of rug. Dit huidlapje wordt het huidtransplantaat. De chirurg maakt van de afgenomen huid een huidnetje en legt dit zorgvuldig op de brandwond. Het huidtransplantaat wordt eventueel vastgemaakt met nietjes en daarna afgedekt met verband.

Op de plaats waar het huidlaagje is weggenomen, blijft een schaafwond over. Deze wond wordt bedekt met een speciaal verband dat zorgt dat de wond zo weinig mogelijk pijn doet. Als huidtransplantaten over een gewricht zijn aangebracht, is het vaak nodig het gewricht en daarmee het transplantaat rust te geven. U krijgt dan een spalk over het verband heen.

Nazorg

Op de 4e of 5e dag na de operatie verwijdert de verpleegkundige het verband en de nietjes. Wanneer u een spalk heeft gekregen, mag deze na 5 tot 7 dagen worden afgedaan. Na die periode is lopen en staan met een gezwachteld been in overleg toegestaan. Na ongeveer 7 dagen is te zien of het huidtransplantaat goed is ingegroeid.

De arts controleert de wond, bekijkt hoe het transplantaat is ingegroeid en geeft aan hoe de eventuele verdere behandeling van het geopereerde gedeelte eruit gaat zien. Na 7 tot 10 dagen zal de verpleegkundige het verband bij de schaafwond op de donorplaats verwijderen.

Het oplopen van een brandwond is meer dan alleen een wond die behandeld moet worden. Bij een verbranding worden alle organen van het lichaam extra belast en als de brandwond is genezen, gaat uw behandeling nog lang door. Het brandwondenteam zal uw zorg poliklinisch voortzetten. De nurse practitioner en de verpleegkundig consulent zijn hierbij een belangrijke schakel.