Algehele anesthesie

Delen via , of LinkedIn of Mail.

Wat is het?

Volledig in slaap zijn
Medicatie via infuus en/of luchtwegen
Ontwaken op uitslaapkamer
Nacontrole en pijnbestrijding

Onze kwaliteit

  • Vanuit verschillende perspectieven wordt samen met de patiënt voor een passende manier van verdoven gekozen

Voorbereiding

Tijdens het preoperatief spreekuur heeft de anesthesioloog (de arts die de verdoving toedient) met u besproken dat algehele anesthesie (narcose) het beste bij u en uw operatie (of onderzoek) past. Ook heeft u instructies en adviezen gekregen voor de voorbereiding op de algehele anesthesie.

Voor de toediening van algehele anesthesie moet u nuchter zijn om te voorkomen dat de inhoud van uw maag tijdens de operatie in uw luchtpijp komt en longen terechtkomt.

Vanaf 6 weken voor de operatie kunt u beter stoppen met roken. Algehele anesthesie heeft veel te maken met de luchtwegen en die zijn door roken prikkelbaar. Rokers lopen een groter risico op luchtwegproblemen rondom de operatie. Mogelijk heeft de anesthesioloog u een slaaptablet voorgeschreven voor de avond vóór de operatie. Die neemt u dan ‘s avonds vóór uw opname volgens voorschrift in. Sieraden kunt u beter thuis laten. Op de dag van de ingreep mag u geen make-up dragen.

Verpleegafdeling

Voor de operatie (of het onderzoek) wordt u opgenomen op een verpleegafdeling. Een half uur tot een uur voor het begin van de ingreep krijgt u eventueel een rustgevende tablet, de zogenaamde premedicatie, zodat u zich kunt ontspannen.

U doet dingen als een kunstgebit, bril of contactlenzen, oorbellen, horloge, piercings of andere sieraden af en uit. Als u een gehoorapparaat heeft, kunt u dit inlaten. Ook moet u eventueel nagellak en kunstnagels verwijderen van beide ringvingers. We meten namelijk het zuurstofgehalte in uw bloed tijdens en na de operatie aan uw vinger. U trekt het operatiejasje aan dat u van de verpleegkundige krijgt en gaat in bed liggen. Vervolgens brengt de verpleegkundige u met bed naar de operatieafdeling.

Operatieafdeling

De recovery- of anesthesiemedewerker ontvangt u op de operatieafdeling. U krijgt een infuusnaald in uw arm met daaraan een infuus voor de toediening van vocht en medicatie tijdens en na de operatie. De anesthesiemedewerker sluit u aan op bewakingsapparatuur (voor de controle van het hartritme, de bloeddruk en het zuurstofgehalte). Vlak voor de operatie vindt een ‘time-out’ plaats. Dit is een controlemoment als u nog wakker bent, in aanwezigheid van het complete operatieteam.

Daarna start de anesthesioloog met de toediening van de algehele anesthesie via het infuus. Binnen een minuut valt u in slaap. Als u slaapt, wordt soms een beademingsbuisje ingebracht in uw luchtpijp. Hiermee kunnen tijdens de operatie eenvoudig zuurstof en narcosegassen worden toegediend. De anesthesioloog (en/of de anesthesiemedewerker) blijft tijdens de operatie bij u. Bij kleine kinderen gebruikt de anesthesioloog in plaats van een infuus een kapje op de mond om de verdoving toe te dienen.

Uitslaapkamer

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Hier kunt u rustig ontwaken onder toezicht van gespecialiseerde verpleegkundigen. Voor toediening van extra zuurstof krijgt u meestal een slangetje in uw neus. Ook krijgt u pijnbestrijdende medicijnen toegediend. De anesthesioloog schrijft voor welke pijnbestrijding u na de operatie nodig heeft. Na een kleine operatie is paracetamol of een andere pijnstiller zoals diclofenac voldoende. Na een grotere operatie krijgt u een morfineachtig medicijn.

Mogelijk komt u in aanmerking voor pijbestrijding via een infuuspomp (PCA-pomp). U krijgt dan de toedieningsknop van de infuuspomp in de hand, zodat u zelf pijnstilling kunt toedienen als de pijn opkomt. De infuuspomp is altijd zo ingesteld dat u nooit teveel medicijnen krijgt.

U blijft op de uitslaapkamer tot al uw lichaamsfuncties in orde zijn. De duur is mede afhankelijk van de ingreep en uw conditie. Als de controles goed zijn, gaat u terug naar de verpleegafdeling.

Bijwerkingen

Algehele anesthesie heeft enkele bijwerkingen. U wordt er slaperig door, maar dit klaart na de operatie in de loop van de dag op. U kunt misselijk zijn, ofwel als gevolg van de algehele anesthesie, of door de operatie. U krijgt altijd doeltreffende medicijnen tegen misselijkheid, maar deze kunnen het probleem niet altijd voorkomen, wel verminderen. Afhankelijk van de behandeling van de luchtweg tijdens de algehele anesthesie kan keelpijn en/of heesheid optreden. Deze klachten verdwijnen meestal vanzelf binnen een paar dagen.

Algehele anesthesie geeft nauwelijks complicaties. Soms treden overgevoeligheidsreacties op door medicijnen die tijdens de algehele anesthesie worden gebruikt of een beschadiging aan het gebit (door handelingen voor beademing), of zenuwletsel waardoor u de hand of het been niet goed kunt bewegen (dit kan wel maanden duren). Als u ouder bent dan 70 jaar, kunt u na de algehele anesthesie langdurig last hebben van verminderd functioneren. Dit herstelt vanzelf, maar kan weken tot maanden duren.