3. Operatie
Op de operatieafdeling start de anesthesioloog met de narcose. Hij/zij legt een infuus aan in uw arm, dit is een naald met daaraan een slangetje, voor de toediening van vocht, medicijnen en de verdoving (anesthesie). De operatie vindt plaats via de neusgaten. Er ontstaan dus geen uitwendige littekens. Er zijn geen sneden nodig aan de buitenkant van de neus. Mocht dit wel noodzakelijk zijn, dan heeft de KNO-arts dit met u besproken. In de regel gaat het dan om zeer kleine littekens, die later niet of nauwelijks zichtbaar zijn.
De KNO-arts legt het kraakbeen en het bot van het neustussenschot vrij via een klein sneetje binnenin de neus en zet vervolgens het tussenschot recht. Hiervoor zal de arts uitstekende stukken van het tussenschot verwijderen en kromme delen rechtmaken. Tevens zal de arts het bot van het uitwendige van de neus bijwerken voor het corrigeren van de vorm van de neus.
Daarna krijgt u een tampon in elk neusgat tegen nabloeden. Met de tampons wordt het tussenschot aan weerszijden in de juiste positie gesteund, zodat slijmvlies, kraakbeen en bot weer aan elkaar kunnen groeien. De neus wordt vastgezet met pleisters met daar overheen een kapje van gips, kunststof of metaal.
Deel deze kennis met de wereld via Social Media
Delen via Facebook, Twitter, Hyves of Mail.