3. Operatie
Op de operatiekamer brengt de anesthesioloog een infuus (een naald met daaraan een slangetje) aan in een bloedvat, voor de toediening van vocht, medicijnen en de verdoving (anesthesie).
Tijdens de operatie maakt de gynaecoloog een sneetje van ongeveer 1 cm in de onderrand van de navel en brengt hierdoor een dunne holle naald in de buikholte. Via deze naald wordt de buik gevuld (opgeblazen) met onschadelijk koolzuurgas. Zo ontstaat een ‘kijkruimte’ in de buik waarmee de eileiders goed zichtbaar zijn. Daarna brengt de gynaecoloog via het sneetje een kijkbuis in de buik.
In de buurt van de bovengrens van het schaamhaar maakt de gynaecoloog een tweede sneetje. Hierdoor wordt een instrument ingebracht voor het afsluiten van de eileiders. Het afsluiten kan op verschillende manieren. In ons ziekenhuis gebruiken we meestal clips (Filshieclips). Soms worden de eileiders dichtgebrand (coagulatie). Dat is het geval als de eileiders te dik zijn voor een clip, of omdat de clip niet goed werkt. Na dichtbranden is de kans op zwangerschap iets hoger, tenzij bijna de hele eileider wordt dichtgebrand. De gynaecoloog heeft voorafgaand aan de operatie met u besproken welke methode in principe wordt toegepast.
Na afloop van de sterilisatie sluit de gynaecoloog de 2 sneetjes met hechtmateriaal dat vanzelf oplost en niet verwijderd hoeft te worden. De ingreep duurt ongeveer 15 minuten.
Deel deze kennis met de wereld via Social Media
Delen via Facebook, Twitter, Hyves of Mail.