3. Bevalling
Na het starten van de inleiding is het verloop van de bevalling in principe hetzelfde als bij een 'normale' bevalling. De weeën worden langzamerhand heviger en pijnlijker. Over het algemeen kunt u zelf bepalen hoe u de weeën wilt vangen: zittend in een stoel, staand naast het bed, liggend of zittend in bed. De uitdrijving (het persen) en de geboorte van het kind en de moederkoek verloopt eveneens hetzelfde als bij een spontane bevalling.
Soms begeleidt de gynaecoloog uw bevalling, in andere situaties een verloskundige of de arts die beiden onder verantwoordelijkheid van de gynaecoloog werken en nauw overleggen.
Na een inleiding vindt de geboorte van het kind over het algemeen binnen 24 uur plaats. Naarmate de baarmoedermond rijper is, gaat de ontsluiting vaak sneller. Ook verloopt de bevalling van een 2e of volgend kind meestal sneller dan bij een 1e kind.
Bij een inleiding met prostaglandinen heeft u vaak eerst veel harde pijnlijke buiken zonder dat dit nog echte ontsluitingsweeën zijn. Als de ontsluitingsweeën te pijnlijk zijn, kunt u om pijnstillers vragen. U kunt een prik in been of bil krijgen met een sterk pijnstillend middel (Pethidine). Een andere vorm van pijnstilling is de ruggenprik (epidurale anesthesie). Hiermee worden de zenuwen die de pijn veroorzaken tijdelijk uitgeschakeld.
Deel deze kennis met de wereld via Social Media
Delen via Facebook, Twitter, Hyves of Mail.