3. Operatie
Voor de operatie dient de anesthesioloog de verdoving (anesthesie) toe die met u is afgesproken. U krijgt een infuus (een naald met een slangetje) in een bloedvat, voor de toediening van vocht, medicijnen, en verdoving. Ook krijgt u een slangetje in de blaas (katheter) voor de afvoer van urine.
De gynaecoloog voert de operatie uit zoals met u is afgesproken. Ofwel via de schede (vaginaal), via de buikwand via een snede in de buik (abdominaal), of via de buikwand via een kijkbuisoperatie (laparoscopisch). Bij baarmoederverwijdering via de schede of met een kijkbuisoperatie is er altijd een kleine kans dat de gynaecoloog tijdens de ingreep alsnog moet overgaan op een buikoperatie.
In principe wordt ook de baarmoederhals verwijderd. De eierstokken blijven als het kan in de buik achter, zodat u eventueel niet vervroegd in de overgang komt. Een enkele keer komen tijdens de operatie afwijkingen aan 1 of beide eierstokken aan het licht en is verwijdering nodig. Ook dan zal de gynaecoloog proberen een deel te behouden om een voortijdige overgang te voorkomen.
Bij een buikoperatie en een kijkbuisoperatie wordt de buikwond gesloten met nietjes of met oplosbaar hechtmateriaal. Bij een vaginale operatie sluit de gynaecoloog de wond met stevige hechtingen die langzaam oplossen. Vaak brengt de gynaecoloog ook een tampon in uw schede aan. Een baarmoederverwijdering duurt, afhankelijk van de gebruikte techniek, 1 tot 2 uur.
Deel deze kennis met de wereld via Social Media
Delen via Facebook, Twitter, Hyves of Mail.